Jimmy zit in zijn vrijstaande huis in Jönköping achter zijn laptop en tikt ‘Väder Drachten - 14 dagar’ in, de weersvoorspelling van Drachten. Het wordt woensdag 30 maart 2016 een gure dag, leest de 38-jarige kale Zweed. Geen ideaal vliegweer.

Toch gaat de ervaren piloot over twee dagen de lucht in voor een speciale trip. Van Värnamo, Zuid-Zweden, naar Drachten en terug. Niet voor een citytrip of een gezellig dagje-uit, maar voor een klus. Er moet 18 kilo cocaïne van Nederland naar Zweden worden gesmokkeld. Hij heeft daarvoor voor 1000 euro een luxe Cessna 172 Skyhawk gehuurd. Een wit toestel, met warme, wollen stoelbekleding.

Het plan in zijn hoofd: landen op Eelde om te tanken, doorvliegen naar Drachten om de drugs daar in het centrum op te halen en dan weer terugvliegen naar Zweden. De klus is goed voorbereid. Jimmy kent de Cessna als zijn broekzak. Ook heeft hij zich verdiept in de landingsbaan van Eelde en Drachten. Hij weet wat hem te wachten staat.

De klus is goed voorbereid

Jimmy is niet alleen. Hij wordt geholpen door Abdeljalil, Silviu-Adrian en Maximillian, Stuk voor stuk Zweedse boefjes, tussen de 26 en 49 jaar oud.

Maximillian blijft achter in Zweden. Jimmy zal met Abdeljalil naar Nederland vliegen, Silviu-Adrian zit daar al een week. Hij verblijft in Amsterdam, met de drugs.

Ze kiezen voor de deal niet voor een groot vliegveld of een drukke snelweg, maar voor de anonimiteit van de airstrip van Drachten. Buiten het zicht van de douane.

image

Hoofdstuk 2 van 9

Zweedse boefjes

Op dinsdag, een dag voor de drugsdeal, stapt Silviu-Adrian in Amsterdam op de trein. Zijn eindbestemming van die dag is Groningen. Hij duwt een zwarte rolkoffer voor zich uit. Zijn bagage bestaat uit achttien grijze pakketje van elk een kilo cocaïne, op de Zweedse markt al snel goed voor anderhalf miljoen euro.

In Groningen heeft hij een kamer geboekt in het Hampshire Hotel aan de Radesingel. Silviu-Adrian is de jongste van de vier smokkelaars, maar zijn dossier is al net zo indrukwekkend als dat van de oudere smokkelaars. Hij is Zweeds, maar geboren in Roemenië. Hij heeft vaker drugs over landsgrenzen gesmokkeld. Hij gebruikt in Zweden twee woonadressen, maar is er niet veel. De Roemeense Zweed leidt een zwervend bestaan, vermoedt de politie.

Zij hebben Zweden achter zich gelaten en zijn onderweg naar Eelde

Silviu-Adrian voelt zich onbespied, net als Jimmy en Abdeljalil. Zij hebben Zweden achter zich gelaten en zijn onderweg naar Eelde. In de lucht ziet Jimmy dat de weersvoorspelling is uitgekomen. Het is een grijze dag. Het regent. Goed zicht op land hebben hij en Abdeljalil niet. Abdeljalil heeft een iPad mee, waarop staat hoe ze moeten vliegen.

Op Eelde landen ze voor een tussenstop. De douane kijkt mee en er wordt getankt. Jimmy en Abdeljalil zeggen tegen de autoriteiten dat ze weer koers zetten naar Zweden, maar kiezen na het opstijgen voor Drachten. De transponder, waarmee het vliegtuigje op de radar te volgen is, gaat uit. De twee denken dat ze daardoor geen ‘honing aan de kont’ hebben. Ze wanen zich onder de radar.

image

Hoofdstuk 3 van 9

Vrijwillige lift

Op het vliegveld van Drachten heerst rust. In het havenkantoor hebben vrijwilligers dienst. Ze maken contact met vliegtuigen die willen landen, maar vaak weten ze wel wie er in de lucht hangen. In het wereldje kennen alle vliegeniers elkaar.

De airstrip, net geen 1000 meter lang, is nagenoeg leeg. Er staat alleen een Zweeds vliegtuigje, dat een dag eerder is geland. Ze weten niet van wie het toestel is. Toen de Cessna landde, was de airstrip gesloten. Landen mag dan niet. De piloot heeft zich nog niet gemeld.

Dat een Zweeds vliegtuig zich even voor half twee over de radio meldt, windt de mannen op. Niet vaak zien ze een Zweedse vlieger. Er landt wel eens een Duitser of een Engelsman, maar de mannen zagen nog nooit een toestel uit Scandinavië.

De landing op vliegveld Drachten. (Beelden: YouTube)

De Friese vrijwilligers steken een helpende hand toe wanneer de Cessna aan de grond staat. Passagier Abdeljalil zegt naar het centrum te willen en vraagt om het telefoonnummer van een taxi. Een van de vrijwilligers moet toch naar Drachten en biedt Abdeljalil aan hem mee te nemen. Jimmy blijft achter in het vliegtuig.

Abdeljalil heeft een adres bij zich. Stationsweg 231. Restaurant ’t Jagertje. Dat is de plek waar de drugs van eigenaar zullen wisselen. Geen donkere steegjes of afgelegen weggetjes in de bossen, maar een restaurant aan een drukke weg, tijdens lunchtijd.

De vrijwilliger biedt Abdeljalil aan om hem ook weer op te halen, maar de Zweed wijst het verzoek af. Ook wil hij zijn telefoonnummer niet geven. Hij regelt zelf wel een taxi naar het vliegveld, zegt hij.

Maar ’t Jagertje is dicht. Abdeljalil werpt nog een blik naar binnen, maar er brandt geen licht, de deur zit op slot. Hij gaat op het muurtje voor het restaurant zitten en tuurt over de weg. Hij weet dat er zo een taxi moet komen. In de taxi zit Silviu-Adrian, maar belangrijker, de Roemeense Zweed heeft de ‘oogst’ bij zich.

image

Hoofdstuk 4 van 9

Postende politie

Silviu-Adrian is een paar uur daarvoor wakker geworden in Groningen. Hij heeft een taxi besteld. Het is even voor half twee wanneer de taxi, een SsanYong Rodius, voor komt rijden. Silviu-Adrian heeft donker haar en is netjes gekleed. De taxichauffeur laadt de koffer in en merkt dat die vrij zwaar is. Hij schat de koffer op 20 kilo, zal hij later verklaren.

Silviu-Adrian wil naar Drachten, maar weet niet precies waar hij moet zijn. Hij valt op door zijn slechte Engels, merkt de taxichauffeur. Hij belt met een contact om te weten waar hij eruit moet. Even later krijgt hij een sms met de tekst ‘Stationsweg 231 Drachten’. De chauffeur weet genoeg en stuurt zijn bolide naar ’t Jagertje.

Wat de twee mannen, die onderweg zijn naar elkaar, niet weten is dat de Nederlandse politie meekijkt. Twee agenten liggen in de bosjes van de airstrip en zien de Cessna met kenteken SE-LZA landen en Abdeljalil bij de vrijwilliger in de auto stappen. Abdeljalil draagt een blauwe spijkerbroek, een bruin jasje, zwarte sneakers, een cap en een heuptasje, noteren de agenten.

Welke route legden de drugs en de smokkelaars af?

Hij wordt gezien in erotiekzaak Fun 4 Pleasure

De politie is met acht rechercheurs op pad. Ze coveren op verzoek van de Zweedse politie een 49-jarige Zweed, Tord. Deze hoogleraar is een dag eerder in Drachten geland en blijkt de piloot te zijn van het vliegtuigje dat onbemand op de airstrip staat.

Tord verblijft die nacht in Het Witte Huis in Olterterp. In de ochtend beweegt hij zich naar Drachten, waar hij gaat winkelen. Agenten volgen elke beweging. Hij wordt gezien in de Phonehouse, in erotiekzaak Fun 4 Pleasure en hij eet een hapje bij Chinees restaurant Peking. Maar hij heeft geen contact met anderen, merken de agenten. Terwijl Jimmy en Abdeljalil net zijn geland, zit Tord alweer in de taxi terug naar zijn hotel. De politie vindt het vreemd dat er een tweede vliegtuig landt op het vliegveld. Ze hebben totaal niet de indruk dat het Zweedse vliegtuig iets met hun observatie te maken heeft.

image

Hoofdstuk 5 van 9

Deal tussen de broodjes

In Drachten hebben Abdeljalil en Silviu-Adrian elkaar gevonden. ’t Jagertje is dicht. Winkelcentrum Noorderpoort, aan de overkant van de weg, niet. In Noorderpoort is het altijd druk. En, er is een plek om een broodje te eten.

Ze winkelen eerst bij Kruidvat en Vivant, voordat ze naar Bakker Bart gaan. Bij Bakker Bart bestelt Abdeljalil twee koffie en twee broodjes tonijnsalade. Silviu-Adrian heeft een plekje bij het raam gevonden. Hij heeft de koffer buiten laten staan, maar verliest de cocaïne niet uit het zicht.

In de lunchroom eten ze een broodje, bladeren ze in de krant en luistert Silviu-Adrian muziek op zijn koptelefoon. Hij schiet even daarvoor buiten een medewerkster van Bakker Bart aan, die tijdens haar pauze staat te roken. Hij vraagt om haar telefoon te lenen om een taxi te bellen, maar de serveerster heeft haar mobiele telefoon niet mee.

Post Image

Silviu-Adrian en Abdeljalil bij Bakker Bart in Drachten. Abdeljalil had een briefje mee met daarop het adres van de airstrip van Drachten.

Bij het afrekenen vraagt Abdeljalil een medewerker een taxi te bellen. Op een briefje dat hij in zijn broekzak heeft, staat het adres van het vliegveld. Het staat geschreven op een folder van vliegveld Eelde. Het wisselgeld van 2,70 euro mag de medewerker houden.

Dan vindt ‘de deal’ plaats. Silviu-Adrian zette voor de lunch de koffer met coke voor het raam, Abdeljalil loopt er na de lunch mee weg naar de net bestelde taxi. Achttien kilo coke verandert ongezien van eigenaar.

Een 38-jarige taxichauffeur krijgt de opdracht een klant van de Bakker Bart op te pikken en naar het vliegveld te brengen. Een ritje van nog geen vijf minuten. Wanneer hij arriveert ziet hij twee mannen op het terras van de Bakker Bart staan. Ze zien de taxi naderen.

Hij helpt Abdeljalil met zijn koffer. Wanneer hij wil wegrijden, komt Silviu-Adrian aanlopen. Hij wil naar Groningen. Geen probleem, denkt de taxichauffeur.

Het busje rijdt over de Stationsweg naar De Knobben. De chauffeur vraagt tijdens de korte rit of ze elkaar kennen. De twee mannen ontkennen. Vreemd, denkt de chauffeur. Hij zag ze even daarvoor samen op het terras van de broodjeszaak.

Abdeljalil vertelt tijdens de korte rit dat hij een vlucht zal nemen om een beurs voor goedkope kleding te bezoeken in Roermond. Ze praten ook over Johan Cruijff, die een paar dagen eerder is overleden.

Post Image

De zwarte rolkoffer met daarin 18 pakketjes van een kilo coke.

Bij het vliegveld stapt Abdeljalil uit. De chauffeur zegt tegen de uitstapper dat hij voor het gemak beter 10 euro kan geven aan de andere passagier, zodat deze in Groningen voor de hele rit kan betalen.

De chauffeur zal de rit niet snel vergeten. Hij hoort op de A7 tussen Drachten en Groningen het verhaal van Silviu-Adrian aan. Onlogisch en onsamenhangend, vindt de chauffeur. Silviu-Adrian is een succesvolle Italiaan, speldt hij de chauffeur op de mouw. Hij heeft onlangs nog een pokertoernooi gewonnen en zegt dat hij binnenkort naar Thailand vertrekt. Hij is in Drachten om de moeder van zijn vriendin te ontmoeten, liegt hij.

In Groningen laat hij zich in het centrum afzetten.

image

Hoofdstuk 7 van 9

Attente agenten

De politieagenten in de bosjes van het vliegveld hebben even voor drie uur Abdeljalil weer voor de lens. Ze gaan ervan uit dat het vliegtuigje bij Tord hoort, de man die ze moeten volgen. Dat de passagier binnen een uur terug is en een koffer voor zich uit duwt, verbaast de agenten. Ze verwachten hem niet. De koffer valt op.

De vrijwilliger die Abdeljalil een lift gaf naar het centrum is terug in het havenkantoor en ziet de zwarte rolkoffer ook. Het zorgt in het havenkantoor voor gefronste wenkbrauwen bij de vrijwilligers. Ook valt het hun op dat ze slecht kunnen communiceren. Ze spreken nauwelijks Engels, de voertaal in het luchtverkeer.

Bij de vrijwilligers gaan alarmbellen rinkelen als Jimmy en Abdeljalil willen vertrekken zonder 15 euro landingsgeld te betalen. Jimmy en Abdeljalil hebben geen geld bij zich zeggen ze. Ook geen pin, of creditcard, alleen wat Zweeds geld.

Terug naar Zweden, met een koffer vol coke

Over de radio manen de vrijwilligers dat het duo moet betalen. Ze reageren niet. Een vrijwilliger is het zat en rijdt een auto de landingsbaan op en zet deze voor de Cessna. Er wordt gelapt, de twee vertrekken. Terug naar Zweden, met een koffer vol coke.

De Nederlandse politie is verrast door het snelle vertrek van het vliegtuigje en ziet aanleiding om de Zweedse politie te bellen. De lijntjes zijn door het eerdere rechtshulpverzoek voor Tord toch al kort. De passagier en de koffer geven de agenten geen goed gevoel.

De terugreis verloopt niet vlekkeloos. Het is onrustig weer. Op Värnamo, waar het vliegtuig is gehuurd, wordt niet geland. Er wordt – al dan niet bewust - uitgeweken naar Landskrona, blijkt uit een gesprek met de verkeerstoren van Malmö.

Verkeerstoren: Vliegveld Ängelholm (boven Helsingborg, red.) is open. Het is rustig in de lucht. Laat maar weten wanneer u Ängelholm nadert.

Jimmy: Doe ik.

Na elf minuten

Jimmy: Het weer duwt me in de richting van de kust. Er is hier een luchthaven in de buurt. Het weer duwt me weg.

Verkeerstoren: Ik hoor je slecht. Is het slecht weer? Wil je landen?

Jimmy: Wind duwt me weg. Ik zie een luchthaven. Kunt u me helpen tijdens de landing?

Verkeerstoren: Natuurlijk. Geen probleem. Ik blijf bij u.

Een minuut later

Verkeerstoren: Cessna?

Jimmy: Ja?

Verkeerstoren: Ik weet niet of je het weet, maar je bent ten zuidoosten van Helsingborg en je hebt het vliegveld van Landskrona op ongeveer vier mijl van jou.

Jimmy: Ja, dat was het vliegveld dat ik zocht. Ik kan het zien, ik kan het zien.

Het gaat om het vliegveld van Enoch Thulins Airfield, net buiten Landskrona. De ‘flygplats’ lijkt op die van Drachten en bestaat uit een stuk asfalt. Het is er verlaten, niemand controleert.

image

Hoofdstuk 9 van 9

Van 'nachtmerrie' tot cel

Jimmy en Abdeljalil krijgen na de landing hulp van Maximillian, die de hele dag achterbleef in Zweden. Hij heeft een auto gehuurd in Solna, een voorstad van de Zweedse hoofdstad Stockholm en is naar Zuid-Zweden gereden. Hij zal de koffer met drugs meenemen.

De Zweed Ronny Lindell is op het moment dat de Cessna landt op het vliegveld. Hij is zweefvlieger en geeft ’s avonds les in het gebouw op de airstrip. Hij ziet als eerste hoe een leger van dertig agenten van de Zweedse politie het terrein opstormen en Jimmy, Maximillian en Abdeljalil arresteren. De Cessna wordt in beslag genomen. Zijn ogen vallen op de koffer die de politie meeneemt. Een zwarte rolkoffer, op wielen.

In de rullresväska, Zweeds voor koffer, vindt de politie de grootste drugsvangst ooit via de lucht. Achttien kilo schone cocaïne, bestemd voor de markt.

Post Image

Een deel van de coke die in beslag is genomen door de Zweedse politie.

Nog diezelfde middag krijgen de vrijwilligers in Drachten telefoon van de politie. Een vrijwilliger die niet met naam genoemd wil worden. ,,We waren misschien wat naïef, maar pas toen ze weg waren gingen we erover nadenken te politie te bellen. Hebben we hier wel goed aan gedaan? Maar ja, dat is ook niet zo gek. Wij zijn puur een hobbyveld, er gebeurt hier nooit wat. Voordat wij belden, werden we al gebeld door de recherche.’’

De vrijwilliger die de drugssmokkelaar een lift gaf naar het centrum van Drachten kan het niet geloven dat hij een drugskoerier onbewust een lift gaf. ,,Ongelofelijk. Ze kwamen zo stuntelig en onnozel over. Dit waren bepaald geen doorgewinterde criminelen.’’

Post Image

Politiefoto van twee van de drie opgepakte smokkelaars.

De politie spreekt van puur geluk. ,,Een toevalstreffer’’, zegt rechercheur Jan Woelinga. Openbaar aanklager Stefan Gradler roemt het werk van de Nederlandse politie. ,,We hebben de verdachten daardoor op heterdaad kunnen betrappen.’’

In november verantwoorden de drie verdachten zich in de rechtbank van Lund, nabij Stockholm. De drie verdachten ontkennen en zeggen dat ze er zijn ingeluisd. Ze stellen dat ze elkaar niet kennen en niet van elkaar wisten wat ze deden en niet wisten dat ze drugs vervoerden. Jimmy verklaart dat hij een klus deed voor zijn gast, Abdeljalil. Abdeljalil wijst juist naar Jimmy, die hem vroeg samen een vlucht te maken. Abdeljalil noemt de dag ,,een nachtmerrie’’. Maximillian zegt niets met de drugszaak te maken te hebben en zegt niet te weten dat hij in Zweden een koffer met drugs moest aannemen.

Jimmy zegt dat hij is bedreigd door de bendeleider van de beruchte Zweedse gang Lidingöligan. Deze bende stal in de jaren negentig kunst, sieraden en luxe auto's in en om Stockholm. De bendeleider is bekend bij de politie en is verhoord in de smokkelzaak, maar geen verdachte omdat bewijs ontbreekt.

Internationaal openbaar aanklager Stefan Gradler, die de zaak behandelt, kan zich niet voorstellen dat de drie niet wisten dat ze een koffer vol coke smokkelden. Wel gaat hij tijdens de rechtszaak mee in de gedachte dat het trio enkel voor koerier speelde. Dat neemt volgens Gradler niet weg dat het om een georganiseerde drugsvlucht ging.

Hij vindt de hoeveelheid drugs 'niet verwaarloosbaar' en spreekt van een ,,geavanceerde manier van smokkelen''. Normaal staat daar vijf jaar voor in Zweden, maar Gradler wil de drie voor ten minste acht jaar de cel in hebben.

De uitspraak wordt op maandag 28 november 2016 verwacht.

Waar professor Tord van verdacht wordt, is onduidelijk. Hij heeft volgens de politie niets te maken met de drugssmokkel. Hij is later in de week teruggevlogen naar Zweden. Dat ging niet zonder slag of stoot. Hij meldde zich vrijdag op het vliegveld en had niet genoeg geld bij zich om de landings- en stallingsgelden te betalen. Hij had alleen nog dertig euro. Die heeft hij gegeven en is weggevlogen. Zijn pasjes werkte niet. Op zijn vluchtplan stond een rechtstreekse vlucht naar Stockholm, maar hij is later die dag nog gesignaleert in Noord-Duitsland, buiten de opgegeven route.

Silviu-Adrian is nog een vrij man. Hij is voor het laatst gesignaleerd in Amsterdam. Hij zette daar in het weekeinde na de drugsdeal de bloemetjes buiten. Hij raakte op straat slaags met een toerist en kreeg een boete van de politie, die zich verbaasden waarom hij biljetten van 500 euro bij zich droeg. Ze lieten het daarbij. Een week na de drugsvlucht liep zijn spoor dood. Hij staat op de internationale opsporingslijsten.

Steun DvhN en LC

Deze longread vergt veel tijd en geld. We experimenteren met deze vorm van journalistiek omdat we geloven in een multimediale aanpak van verhalen. Wij hopen dan ook dat u geniet van deze en andere journalistieke producties van onze redactie. Nieuwsgierig naar meer? Lees dan twee weken gratis de krant in onze apps. Vraag hier uw gratis code aan voor Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant. Het verplicht u tot niets en het stopt automatisch.